U KUNT ONS BEREIKEN VIA EMAIL EN TELEFOON

NL | EN

Onze Actualiteiten

De historische dynamiek en samenhang van de markt voor ruwe olie tankers versus droge bulk schepen

9 augustus 2016

In mijn vorige artikel  heb ik uiteen gezet waarom ruwe olietankers de afgelopen twee jaar zo goed hebben gepresteerd, terwijl de markt voor droge bulk schepen in mineur was. Nu kijk ik naar de historische samenhang en dynamiek van beide markten over een langere periode op basis van statistische analyses. De uitkomsten hebben implicaties voor de strategische asset allocatie voor investeerders in de scheepvaartsector, zoals vermogensbeheerders, banken en institutionele beleggers.

 

Voor de analyse maak ik gebruik van een tweetal toonaangevende indices met betrekking tot de maritieme transportmarkt voor droge bulk en ruwe olie, respectievelijk de Baltic Dry Index (BDI) en de Baltic Dirty Tanker Index (BDTI). Deze indices worden samengesteld door de in London gevestigde Baltic Exchange middels consultatie van een panel shipbrokers. Op dagelijkse basis geeft dit panel door welke tarieven worden betaald voor het vervoeren van droge bulk dan wel ruwe olie over de belangrijkste scheepvaartroutes wereldwijd voor verschillende scheepsklassen. Derhalve kunnen de Baltic indices beschouwd worden als een gestandaardiseerde gemiddelde prijs voor het vervoeren van een bepaald soort goederen. Ik maak gebruik van maandelijkse data in de periode augustus 2002 tot en met juni 2016. Van deze data leid ik de maandelijkse verschillen of mutaties in de twee indices af, die grafisch als volgt kunnen worden weergegeven:

De historische dynamiek en samenhang van de markt voor ruwe olie tankers versus droge bulk schepen
Figuur 1: maandelijkse mutaties van de BDI en BDTI

 

Een aspect dat de droge bulk en ruwe olie markt in ieder geval als overeenkomst hebben is de hoge mate van volatiliteit (beweeglijkheid). Op langere termijn is dit een gevolg van de zogenaamde ‘shipping cycle’: aantrekkende economische groei leidt tot een hogere vraag in de vorm van stijgende vrachtvolumes en -tarieven alsmede een toenemend aantal orders voor de bouw van nieuwe schepen. Het aanbod is echter inelastisch, omdat de bouw van grote vrachtschepen veelal enkele jaren behelst. Bij oplevering van de schepen wordt de markt overspoeld met extra tonnage, dalen de vrachttarieven en worden meer oude of inefficiënte schepen gesloopt. Vervolgens leidt een kleinere mondiale vloot tot herstel van de tarieven en begint de cyclus opnieuw. Vraag en aanbod in de maritieme transportmarkt kunnen dus maar moeilijk een evenwicht bereiken, hetgeen leidt tot fases van neergang en bloei. Volatiliteit op kortere termijn wordt veroorzaakt door de inelastische aanbodzijde, waardoor tarieven snel kunnen oplopen indien de vraag op enig moment het aanbod van tonnage ook maar weinig overstijgt en vice versa, alsook de hierna te bespreken seizoenspatronen.

Als we kijken naar de verdeling of spreiding van de maandelijkse mutaties van de BDI en BDTI, dan zien we dat beide indices redelijk vergelijkbare gemiddeldes kennen alsook dat de 25% tot en met de 75% kwartielmutaties overeen komen. De minimum en maximummutatie van de BDI liggen echter verder uit elkaar dan voor de BDTI, hetgeen duidt op meer upside kansen maar ook meer downside risico voor de dry bulk sector. De mate van volatiliteit kan ook uitgedrukt worden aan de hand van de standaarddeviatie van de mutaties in de BDI en BDTI. Omdat deze hoger ligt voor de BDI dan de BDTI en dit ook statistisch significant is (op basis van Levene’s test, p-waarde < 0,01) , kunnen we concluderen dat de droge bulk markt volatieler is dan de markt voor ruwe olie.

 

 De historische dynamiek en samenhang van de markt voor ruwe olie tankers versus droge bulk schepen 1

Verder heb ik de correlatie tussen de BDI en BDTI geanalyseerd, ofwel de mate waarin de indices in tandem bewegen ten opzichte van elkaar. In de scheepvaart zijn seizoensinvloeden geen onbekend fenomeen en ook hier blijkt dat het geval te zijn:

De historische dynamiek en samenhang van de markt voor ruwe olie tankers versus droge bulk schepen 2
Figuur 2: gemiddelde maandelijkse mutaties van de BDI en BDTI gesorteerd naar kwartaal

 

De BDI presteert gemiddeld het sterkst in het eerste en derde kwartaal (het verschil met Q4 is statistisch significant, maar het verschil met Q2 niet), terwijl de BDTI historisch gezien grotere mutaties in de tweede helft van het jaar laat zien als gevolg van een hogere energiebehoefte in het noordelijk halfrond gedurende de koude maanden (hoewel de verschillen niet statistisch significant zijn en derhalve op ‘toeval’ kunnen berusten). Rederijen kunnen dit gegeven benutten bij het inplannen van het verplichte periodieke droogdok-onderhoud aan hun schepen (de intermediates en special surveys). Door de aanwezigheid van enige mate van seizoensinvloeden zou een correlatie tussen de twee indices van simpelweg de maandelijkse mutaties een vertekenend beeld geven. Derhalve heb ik gecorrigeerd voor seizoensinvloeden door rollende jaarlijkse rendementen te vergelijken (bijv. het rendement van januari 2015 ten opzichte van januari 2014). De correlatiecoëfficiënt tussen de twee indices bedraagt dan slechts 0,18 (op een schaal van -1 tot en met 1). Dit leidt tot de conclusie dat de ruwe olie en droge bulk markt ook historisch gezien een verschillende dynamiek kennen en dat een neergang of opleving in de ene markt niet hoeft te betekenen dat de andere markt ditzelfde beeld vertoont, of in ieder geval niet in dezelfde mate. Van de portfoliotheorie van Markowitz weten we dat een lage correlatie tussen individuele beleggingen of asset classes de volatiliteit van het rendement op de algehele beleggingsportefeuille reduceert. Gezien de lage correlatie tussen de deelmarkten voor ruwe olie en droge bulk, zou je kunnen spreken van twee unieke asset classes die gebruikt kunnen worden in het kader van strategische asset allocatie door vermogensbeheerders, banken en institutionele beleggers. Op basis van dit inzicht kunnen investeerders diversificatievoordelen behalen door hun investeringsportefeuille met de juiste mix van investeringen in de droge bulk en ruwe olie markt op te bouwen.

Rocher Hulst

Corporate Finance consultant